
Het bereiken van de juiste warmte voor je biosensor
Als je biosensoren maakt, weet je vast al dat het belangrijk is om de hitteprecisie precies te regelen. Maar eerlijk gezegd zijn die ouderwetse convectieovens een enorme last. Ze werken langzaam en verwarmen alles in de buurt.
Daarom hebben we overgestapt op infraroodsystemen. In plaats van de hele ruimte te verwarmen, wordt alleen degene die verwarmd moet worden, op het juiste moment verhit. Dat gebeurt vrijwel onmiddellijk.
Controle en het probleem van ‘hot spots’
Om dit in een moderne omgeving te laten werken, moeten de verwarmingselementen communiceren met de PID-regelaars die worden bestuurd door een PLC. We gebruiken korte-golflengte-infraroodlampen. Waarom? Omdat ze de energie veel sneller door het materiaal heen sturen dan lampen met middellange golflengte.
Hierdoor brengen de sensoren minder tijd door in een staat van ‘idle’.
Maar er is één groot probleem: wanneer je de vermogenssterkte verhoogt, ontstaan er ‘hot spots’. Als de afstand tussen de lamp en de sensor ook maar een beetje niet klopt, kunnen de organische lagen beschadigen. Het is een delicate balans.
De hardwarekant
Voor de lampen gebruiken we kwartstubes van hoge zuiverheid. Kwarts is ideaal, want het kan snel worden aangestoken en uitgeschakeld, zonder dat het barst onder de druk.
Voor biosensorlijnen gebruiken we meestal goudcoateerde reflectoren. Hierdoor wordt de energie rechtstreeks op het doelwit gericht, in plaats van dat deze energie zich verspreidt in het frame van de machine.
Dan is er nog de kabelwerking. Niemand wil een hele middag besteden aan het opnieuw aansluiten van alle kabels, alleen omdat één lamp kapot is gegaan. We gebruiken R7- of Sk15-aansluitingen, zodat je eenvoudig een kapotte lamp kunt vervangen door een nieuwe. Hierdoor blijft de productie soepel verlopen.
De nadelen van deze systemen
Er zijn echter ook nadelen. Deze efficiënte systemen brengen enorm veel overtollige warmte in de lucht terecht. De sensoren zijn dan wel tevreden, maar het HVAC-systeem niet. Als je geen goede afvoersystemen gebruikt, zal het koelsysteem het moeilijk hebben.
Probeer deze systemen zeker niet in een afgesloten ruimte te gebruiken zonder actieve koeling. Anders zullen de temperaturen gaan schommelen, en daardoor raak je de precisie die je zo hard hebt bereikt kwijt.